16-06-2020
“We waren 9 jaar jonger en 9 jaar naïever dus we dachten: dat doen we wel even.” De ‘Club van lelijke kinderen’ was de afstudeerfilm van producent Niek Teunissen. Vorig jaar kwam de speelfilm uit. Die won gelijk bij het New York International Film Festival de Grand Prize Feature.

Volg het Filmfestival:
 < TERUG   VERDER>
Naar alle berichten > 


Volg de rubriek 'Hoe is het nu met ...: 
Ga naar de index >

“Eenmaal afgestudeerd ben je één van de velen die vinden dat je film een plek op het witte doek verdient” 

“In 2012 maakten we de eindexamenfilm ‘De Club van lelijke kinderen’. Het idee was daarna een speelfilm-versie te maken. Dat bleek ingewikkelder dan gedacht. Het financieren is heel complex. Als je nog op de academie zit zijn er allemaal vaste partners die helpen bij de financiering. Ook acteurs werken gratis mee. Er is veel goodwill. Maar eenmaal afgestudeerd ben je één van de velen die vinden dat je film een plek op witte doek verdient.”

De Club van lelijke kinderen’ is gebaseerd op een boek uit 1987 van Koos Meinderts over een totalitair Nederland waar geen plek is voor lelijke kinderen. Die worden in opdracht van de grote leider Isimo opgesloten. De film verwijst naar de Tweede Wereldoorlog of eigenlijk alle autoritaire regimes.

“Toen we begonnen dachten we: moeten we daar nou wel weer een film over maken? Maar toen de eerste, korte versie in 2012 uitkwam was het thema ‘mannen met macht die het allemaal beter weten’ weer helemaal actueel. In Nederland werd Geert Wilders groot. In Turkije kwam Erdogan aan de macht en in Rusland zat Poetin inmiddels stevig in het zadel. En hoe langer we er mee bezig waren hoe actueler het werd. Want toen de lange versie in 2019 uitkwam gebeurde iets waarvan we niet dachten dat het nog eens zou gebeuren. Er werden wéér kinderen opgesloten.
Dit keer was het Trump die Mexicaanse kinderen achter de tralies zette. Het is bijzonder leuk om films voor de jeugd te maken. Voor kids kun meer je gekkigheid uithalen. Je hebt echt de vrijheid om een meeslepend verhaal te maken met veel actie. Ik moest ook weer naar de beleveniswereld van die kinderen. Als eind-twintiger was ik vergeten hoe kinderen denken. Dus ik heb veel met die kids gesproken en dan komt het allemaal weer naar boven. “Oh ja, zo dacht ik ook toen.”