"Je moet in het begin zoveel tegelijk doen."

Interview met Marije Vogelzang hoofd 'Food Non Food' van de DAE

01-02-2017Marije Vogelzang is de eerste eating designer ter wereld, hoofd van de afdeling Food Non Food aan de Design Academy Eindhoven én ze was jurylid tijdens de Keep an Eye Design Talent Grant 2016.

Volg de Talent Grant: < TERUG   VERDER >


Ze vond het een van de leukste dingen om te doen: €10.000 geven aan pas afgestudeerde ontwerpers. Marije Vogelzang is de eerste eating designer ter wereld, hoofd van de afdeling Food Non Food aan de Design Academy Eindhoven én ze was jurylid tijdens de Keep an Eye Design Talent Grant 2016. “Als je intuïtief keuzes maakt komt het vaak goed.”

De Keep an Eye Design Talent Grant ging vorig jaar voor het eerst naar ontwerpers die al een jaar afgestudeerd waren. Denk je dat de prijs belangrijk is voor pas afgestudeerde designers?
“Ik vond het ontzettend leuk om de prijs aan de jonge designers te mogen geven. Deze ontwerpers waren al een jaar afgestudeerd en met de Grant krijgen ze geld voor de verdere ontwikkeling van hun afstudeerproject. Precies op het goede moment. Want het jaar na hun afstuderen is het vaak nog heel druk en krijgen ze veel persaandacht. Maar daarna vallen ze al snel in een gat. De prijs komt op het moment dat ze het hardst nodig hebben.”

Waarom is het voor jonge ontwerpers zo lastig in het begin?
“Je moet in het begin zoveel tegelijk doen. Je project verder ontwikkelen, in de praktijk neerzetten, opdrachten krijgen, een netwerk opbouwen en ook nog een zakelijke kant ontwikkelen. En je moet jezelf kenbaar maken. Bij wie moet je bijvoorbeeld zijn voor financiering van je project? Dat soort dingen leer je maar beperkt op de Academie. Je kunt natuurlijk wel een baantje erbij nemen. Maar daar kun je hooguit jezelf mee onderhouden. Je kunt er geen grote machine van kopen.”

Vier ontwerpers gingen naar huis met de prijs onder de arm. Hoe hebben jullie geselecteerd?
“Op social engagement, innovatie en in hoeverre het project kans van slagen heeft buiten de designwereld. Zoals de bacterielamp van Teresa van Dongen, van bacteriën die LED-lampjes kunnen laten branden. De lamp is overal ter wereld geëxposeerd. Haar ambitie is dat we over 3 jaar allemaal zo’n lampje naast ons bed hebben. En niet alleen als een leuk lampje naast je bed. Het is echt een poëtisch project waardoor we weer anders naar licht kijken.”

Is er een verschil tussen studenten van nu dan toen jij nog op de Academie zat?
“Toen ik afstudeerde moest je echt afstuderen met een fysiek ontwerp. Conceptuele projecten kwamen toen net op, maar dat was meer om het concept zelf. Het ging nog niet zo zeer om het effect in de wereld. Op de afdeling Food Non Food wil bijna iedereen de wereld redden. Ze zijn soms heel extreem in de zin dat ze zelfs helemaal geen producten meer willen ontwerpen want daarvan zijn er al zo veel.”

Je noemt jezelf een eating designer, kun je vertellen wat je doet? 
“Ik werk als ontwerper vanuit het werkwoord ‘eten’ Ik laat me bijvoorbeeld inspireren door de maatschappelijke impact van voedselproductie. Ik kijk naar eetcultuur en rituelen en verwerk zintuigelijke ervaringen in mijn werk. Wat ik vooral doe is mensen op een andere manier laten kijken naar iets wat ze heel normaal vinden. Zoals bijvoorbeeld water.” 

Wat voor studenten komen er van de Food Department? 
“We willen studenten afleveren die heel sterk vanuit zichzelf acteren. Dat ze vanuit zichzelf aan de slag gaan en niet omdat ze een opdracht hebben gekregen. Ze hebben een brede kennis van de voedselketen, van de zintuigelijke kracht van voedsel en van de politieke en sociaal economische impact van voedsel. Ze kunnen zich bijvoorbeeld bezig houden met hoe je kinderen meer groenten kunt laten eten. Hoe lelijke groenten meer lokaal geaccepteerd worden. Of het maken van biogas waardoor de afvalstromen in de stad veranderen.” 

Waarschijnlijk kunnen we op dat gebied vooral van andere landen leren? 
“Door globalisering eten ze nu zelfs in Italië fastfood. Maar het mooie aan cultuur is.. het verandert continue. Denk je dat aardappelen heel Hollands zijn? Die komen uit Peru. Tegelijk is er op het gebied van eten ook veel positief veranderd. Vroeger had je een paar fijnproevers en daar moest je een beetje om grinniken. Nu zijn veel meer mensen heel bewust met eten bezig. Het mooie is dat je als ontwerper dat je die cultuur kunt beïnvloeden.” 

Waren jullie het als jury snel met elkaar eens? 
“Eigenlijk meteen, maar dat hoeft niet altijd. We waren direct overtuigd van de watertegels van Fien Dekker waardoor regenwater makkelijker wegsijpelt. Een sprankelend idee en ze had het ook nog eens heel professioneel aangepakt. Zo had ze al met aantal betonbedrijven gewerkt. Bovendien staat het idee niet los op zichzelf maar staat het symbool voor een grotere visie: wat kun je met water en niet wat kun je met tegels?” 

Heb je een goede tip voor studenten die aan het begin van hun design carrière staan? 
“Ik leer ze kwaliteit ontdekken door op hun op onderbuik te vertrouwen. Stel je hebt keuze uit een aantal composities, kies dan intuïtief wat het beste lijkt. Ik werk zelf ook altijd vanuit dat gevoel. En dat kun je ontwikkelen. Probeer het een paar keer en je ontdekt dat het werkt.”