Home » Nieuws » "In het begin nog afwachtend en voorzichtig"

"In het begin nog afwachtend en voorzichtig"

Interview met: Christian Elsässer - dirigent Jong Metropole

22-08-2017 Dirigent Christian Elsässer is zelf nog hartstikke jong. Toch wist hij in een week tijd 60 jonge honden tot een orkest te kneden. “Ik ben er om het orkest te ondersteunen, niet om op te leggen wat ze moeten doen.”

Over heel goed spelen en connectie met het publiek maken

Volg Jong Metropole: < TERUG   VERDER >
NAAR ALLE BERICHTEN >


Geen gemakkelijke taak, 60 jonge muzikanten die nog nooit samen hebben gespeeld in één week klaarstomen voor het Jong Metropole orkest… “Om eerlijk te zijn is het eigenlijk best makkelijk. Vooral omdat ze voor alles open staan. In het begin is iedereen nog afwachtend en voorzichtig maar na de eerste avond in het café is dat allemaal anders. Het is een heel intensieve week waarin ze heel veel tijd met elkaar doorbrengen. Die teambuilding is enorm belangrijk voor het ensemble.”

Jong Metropole is voor veel muzikanten de eerste keer in zo’n orkest setting…
“Ja, dat is ook het verschil met het “volwassen” Metropole Orkest. Deze jonge musici kunnen stuk voor stuk fantastisch spelen maar in zo’n orkest moeten ze hun eigen rol ontdekken. Iedere muzikant heeft een eigen, belangrijke functie in het geheel die steeds weer anders is. Een voorbeeld: in een big band zijn de blaasinstrumenten leading maar voor een meer symfonische geluid moeten ze juist een stapje terug doen. Dan zijn ze er meer om het orkest te ondersteunen.”

Er was vast nog meer nieuw?
“Nieuw voor de klassieke musici is dat niet alleen de dirigent maar ook de drummer de timing en het ritme aangeeft. De jazzmuzikanten hadden al vaker samen gespeeld met gitarist Anton Goudsmit maar ze moesten nu meer leren balanceren in het ensemble. Meer focussen op intonatie, het geluid en symfonische muziek is minder bekend terrein voor ze. Maar aan het einde van de dag begreep iedereen elkaar. Iedereen was enorm gemotiveerd om het optimale mogelijke eruit te halen.”

  • Voor Christian zit het er op. Maar dit jaar is er nog 1 optreden van Jong Metropole tijdens de Open Podium Dagen van het Muziekcentrum van de Omroep op 9 september. 

In Caprera trapte Anton Goudsmit de avond af met het jazzorkest, hoe anders leidt hij zo’n band?
“Hij is naast een geweldige muzikant iemand die als geen ander weet hoe je jonge muzikanten kunt motiveren. Als artistiek leider is hij meer onderdeel van het orkest en minder de dirigent die voor de musici staat en dat effect is fantastisch.”

Die vrijheid om te improviseren, is daar ruimte voor?

Is Jong Metropole, omdat ze nog jong zijn, flexibeler dan Hét Metropole Orkest? 
“De muzikanten van het Metropole Orkest zijn net als Jong Metropole echt allrounders. Want ze gaan het hele muzikale spectrum af, van swing tot elektronische dance muziek. Maar soms, als ik met puur jazz- of klassieke musici werk merk je dat het omschakelen lastig voor ze is.”

Is dat ook een generatieverschil? 
“Jonge muzikanten van nu worden beïnvloed door elke mogelijke muziekstijl. Jazz luistert naar klassiek, klassiek naar jazz. Sommige volgen zelfs beide opleidingen. Daardoor zijn ze ook zo veelzijdig als muzikanten. In mijn tijd hadden we een paar cd’s waar we steeds maar weer naar luisterden tot we ze helemaal grijsgedraaid hadden en de muziek eigen konden maken. Wat ik wel zie bij deze generatie is meer vluchtigheid. Wie luistert er nog een heel album?”

Jij bent net 34, voor een dirigent hartstikke jong, ben jij van de generatie die nog ieder nummer luisterde? 
“Toen ik jong was stond de platenspeler al op zolder. Maar toen ik tien was haalde ik de platen uit het stof en bleef ik ze steeds maar weer afspelen. Dat begon met boogie woogie muziek en Jerry Lee Lewis en later ontdekte ik mijn jazzhelden als Herbie Hancock, Keith Jarrett, Oscar Peterson, Brad Mehldau etc. Ik had geluk met mijn pianodocent die me als jonge jongen langzaam introduceerde in de jazzmuziek.”

10 jaar is best jong om een serieuze jazzplaat op te zetten … 
“Ik luisterde ook naar pop, maar de ritmische energie en het improviseren van jazz maakte diepe indruk op me. Jazz gaf me enorm veel vrijheid op de piano. In die tijd, ik weet niet of je het componeren kunt noemen, probeerde ik mijn eigen ideeën en muziek op te schrijven. Met jazzmuziek kreeg ik opeens de vrijheid om dat te doen.”

Ja die vrijheid om te improviseren, is daar ruimte voor tijdens Jong Metropole? 
“Ja heel veel zelfs. De jazzmusici maar ook verschillende klassieke muzikanten hadden veel momenten waarin ze die vrijheid konden pakken.”

In het begin ben je je eigen manager. En ja, je doet ook kantoorwerk

Wat maakt iemand een goede dirigent? 
“Ah, lastige vraag. Ik denk dat je de juiste balans moet zien te vinden tussen controle en loslaten. Ik ben er om het orkest te ondersteunen, niet om op te leggen wat ze moeten doen. Als ik voor het orkest sta speel ik zelf geen noten, ik kan alleen aanwijzingen geven, de musici helpen hun geluid te vinden. Ze naar elkaar laten luisteren. En laten ontdekken hoe alles met elkaar verbonden is en hoe iedereen op elkaar reageert. De kunst is doorhebben wanneer ik nodig ben en wanneer ik het orkest gewoon moet laten spelen. Zo leer ik ook iedere keer van het orkest.”

Hoe breng je je ideeën over? 
“Ik zeg niet: speel dit stuk op deze manier, maar ik probeer vooral uit te leggen waarom ze dat het beste zo kunnen spelen. Dat ze zelf ervaren dat ze anders bijvoorbeeld de strijkers zelf niet kunnen horen. Wanneer je weet waarom je doet wat je doet onthoud je het ook beter.”

Ze hebben allemaal talent, maar wat moet je nog meer in huis hebben om de top te bereiken?
“Je moet jezelf zoveel mogelijk laten zien. Zorgen dat mensen je kunnen ontmoeten. En als solist moet je niet alleen heel goed kunnen spelen maar ook een connectie met het publiek maken. En iedere professional kán niet zonder visie en focus. Zonder kun je nooit je doel bereiken. Maar ook: vertrouwen hebben dat het lukt. En wanneer je net begint ben je ook je eigen manager. Dat betekent veel mails versturen. Ja, er komt ook kantoorwerk bij kijken. Daarin verschilt het niet met andere beroepen.”

(Foto's: Nic Limper)