'Het is het beeld dat telt.' - interview
< 1•• > < •2• > < ••3 >

< 1•• >
Hans onderwerpt de kandidaten ...

< •2• >
Hans onderwerpt de kandidaten ...

< ••3 >
Hans onderwerpt de kandidaten ...


Home » Nieuws » 'Het is het beeld dat telt.' - interview

'Het is het beeld dat telt.' - interview

Hans Rooseboom conservator fotografie Rijksmuseum

22-11-2017 “Uiteindelijk is het niet de naam, maar het beeld dat telt” Hij wist al snel dat hij niet het talent had om fotograaf te worden. Hans Rooseboom vertelt.

Volg de Fotovakschool Grant: < TERUG   VERDER >
NAAR ALLE BERICHTEN >


Een ander talent had hij wel: uit duizenden foto’s die éne eruit pikken. Hans Rooseboom presenteerde de Grand Grant Evening van de Fotovakschool, waar de Keep an Eye Fotovakschool Award 2017 werd uitgereikt. “Een fotograaf moet een sterke drang hebben om een verhaal te vertellen.”

Jij ziet op een goede dag misschien wel duizend foto’s voorbij komen, ontdek je nog wel eens iets nieuws?
“Jazeker. In het Rijksmuseum proberen we de fotografiegeschiedenis zo compleet mogelijk in kaart te brengen. Zelfs als je flink doorwerkt is dat een enorme klus. Foto’s worden pas sinds de jaren 50 verzameld. Van alles wat gefotografeerd is, is maar een klein deel gepubliceerd. We zijn dus eigenlijk nog steeds bezig met een inhaalslag. Maar dat is ook het leuke: geregeld vinden we een doos of een lade waar we van opkijken. Veel van dat werk is van onbekende en anonieme fotografen. Want uiteindelijk is het niet de naam, maar het beeld dat telt.”

Noem eens zo’n ontdekking…
“Vivian Maier, de fotograferende Nanny die pas na haar dood werd ontdekt als een van de grote straatfotografen van de vorige eeuw. Decennia maakte ze foto’s tijdens haar wandelingen door New York, alleen of met haar oppaskinderen, en opeens wordt dat ontdekt. Zo wordt de fotogeschiedenis voortdurend herschreven, bijvoorbeeld omdat nog steeds onbekend werk opduikt. In de schilderkunst, is dat zeldzaam.”

Wanneer slaan jullie toe, wanneer is een foto goed genoeg voor het Rijksmuseum?
“Een paar weken geleden was ik bij Paris Photo: een grote beurs waar iedereen die geïnteresseerd is in fotografie naartoe gaat. Maar er is ook een alternatief circuit, met nog eens 50.000 foto’s. Het aanbod is immens. Uiteindelijk moet je hele scherpe keuzes maken: past het in de collectie? Vertelt de foto een stukje geschiedenis? Hoe is de kwaliteit? Een krasje en een deukje kan voorkomen, maar een foto mag niet te veel beschadigd zijn. Als je zo kijkt zijn veel foto’s het nét niet, dan vallen er veel weer af.”

Maar, wat maakt een goede foto?
“Tja, wat is goede muziek? Wat is een goed boek? Geef iemand een stapel foto’s en iedereen pakt er iets anders uit. Welke onderwerpen interesseren je? Of is het een goed onderwerp maar saai gefotografeerd, dan is het toch eigenlijk geen goede foto. Wie wil gaan verzamelen geef ik vooral het advies heel veel te zien. Zodat je ontdekt wat zoal is gedaan en wat bij je past. Je moet leren het verschil te zien (te ‘ruiken’) tussen een hele goede foto en eentje die het nét niet is.”

Heb je het zelf wel eens geprobeerd, fotograferen?
“Ik ben van jongs af aan geïnteresseerd in fotografie maar ik wist dat ik zelf geen talent had om fotograaf te worden. Iedereen kan een foto maken. Maar er is een groot verschil tussen een aardige foto en een hele goede foto. Wie het probeert ontdekt snel hoe lastig het is.”

Dus als je er geen oog voor hebt kun je het ook niet ontwikkelen?
“Nee, je moet er wel echt talent voor hebben. Je merkt snel of je het in de vingers hebt. Dat talent kun je wel verder ontwikkelen. Je moet snel zijn, overzicht hebben over de compositie, het is echt een ambacht.”

Maar dat is ook het leuke: geregeld vinden we een doos of een lade waar we van opkijken

Viel je iets op aan de deze nieuwe lichting fotografen van de Fotovakschool? 
“Veel van deze fotografen werken in de traditie van de documentaire fotografie. Waarbij ze een onderwerp langere tijd volgen. Niet een plaatje schieten en dan weer weg. Deze fotografen willen een verhaal vertellen, een punt maken. Dat doen ze door middel van beeld. Of het nou veranderingen in een wijk door de Noord-Zuidlijn zijn, dementie, of het bruine café om de hoek.”

Je zat niet in de jury, was je het wel met ze eens? 
“Ik had stiekem gehoopt dat de prijswinnares Judith Helmer zou winnen. Het is een mooie, ontroerende en indringende serie. Deze wedstrijd is natuurlijk anders dan alle andere wedstrijden. Meestal ziet de jury het eindresultaat. Nu zien ze alleen het werk dat de fotografen in het verleden hebben gemaakt en krijgen ze de presentatie over een serie die nog gemaakt moet worden. Dus kijkt een jury naar: hoe overtuigend is het werk dat ze tot nu toe hebben gemaakt? Hoe interessant is de kwaliteit van de foto’s? Hoe wordt het gepresenteerd? Die presentaties laten denk ik goed zien hoe groot de drang van iemand is om de serie te maken. Want dat is iets wat je als fotograaf wel moet hebben: een sterke neiging om een verhaal te vertellen. Iets echt willen vastleggen wat je niet los kunt laten.”

Ja, is dat waarom ze zo graag willen fotograferen? 
“Verhalen vertellen, vastleggen, dat is iets wat mensen altijd willen doen. En fotografie is een heel sterk medium om anderen te informeren. Net als een oorlogsfotograaf of journalist die, ondanks het gevaar voor eigen leven, de overtuiging voelt dat iedereen móét weten wat er gaande is. Zolang steeds weer nieuwe onderwerpen zich aandienen, zullen er mensen zijn die daar verslag van willen doen. Een goede fotograaf weet hoe hij iets moet brengen om dat verhaal te vertellen. Daar kijkt de jury ook naar: laat deze foto duidelijk zien wat de maker ermee bedoelde? Hoe overtuigend is het? Is dit het beste wat hij kan maken en is het voor de kijker een helder beeld?”

Zag je ook dat deze fotografen bepaalde dingen nog moeten leren? 
“Bij een aantal merk je dat ze moeten leren om te presenteren. Daar moeten ze aan werken maar dat is een kwestie van tijd. Tijdens deze avond kunnen de juryleden daar nog wel doorheen kijken als het werk inhoudelijk goed is. Maar een goede presentatie wordt belangrijker als je als fotograaf bij een opdrachtgever zit.”

Jij zorgt er als conservator voor dat mensen goede foto’s ook echt zien, hoe hoop je dat mensen kijken? 
“Wij proberen zoveel mogelijk mensen te verleiden om naar mooie foto’s te komen kijken. Maar hoe ze dat doen is natuurlijk helemaal aan henzelf. Sommige mensen lezen ieder tekstbordje. Andere scannen en blijven staan bij iets dat ze intrigeert. Het is mooi dat er nu zo veel goede fotografie in Nederland te zien is. 25 jaar geleden moest je echt naar het buitenland voor een goede fotografietentoonstelling. Nu hoef je in Amsterdam alleen maar op de fiets te stappen.”

Heb je tot slot een tip voor de beginnende fotografen? 
“Ik denk dat ze hun overtuiging moeten volgen. Je moet je zien te onderscheiden, en dat kan alleen als je iets met overtuiging doet. Een open deur, maar wel waar. Ze moeten het gevoel hebben dat wat ze maken gemaakt moét worden. Met overtuiging. Zonder overtuiging geen foto’s.”