Groot worden in de kleinkunst (oh jee, er zitten mensen in de zaal) - interview

Groot worden in de kleinkunst (oh jee, er zitten mensen in de zaal) - interview

Wimi Wilhelm - actrice, cabaretière, regiseuse

01-02-2019Wimie Wilhelm acteert, maakt cabaret en regisseert. Ze speelde o.a. bij het Noord Nederlands Toneel en muziektheatergezelschap Orkater. Tijdens de Keep an Eye masterclasses werkt ze samen met de kleinkunsttalenten aan hun zelf geschreven programma’s.

Volg het Kleinkunst Festival: < TERUG   VERDER>
NAAR ALLE BERICHTEN


“Kun je ook regisseren?” vroeg iemand. “Ja”, blufte ik. “Ik had het nog nooit gedaan maar ik wist wel hoe het is om iets tachtig keer te proberen.”

We lachen, raken ontroerd. Maar waarom precies? Kun jij altijd aanwijzen waarom iets wel of niet werkt?
“Dat is mijn taak als regisseur. Ik wil het beste in de cabaretiers naar boven halen. Ze laten zien waar hun kracht ligt of waarom het nét niet goed is. Soms kan iets met kleine aanpassingen wél werken. En als het dan goed is gegaan, na al dat werk en liefde die ze in de show hebben gestoken, dan vind ik dat ongelofelijk ontroerend om te zien. Dan ben ik trots.”

Eén van de wetten van de podiumkunsten is dat je je kwetsbaar moet opstellen om verbinding met je publiek te maken, maar hoe doe je dat?
“Als iemand vertelt over zijn oma die dood is en dat ie op de begraafplaats is geweest en moest huilen, dan vinden ze dat ze zich heel kwetsbaar hebben opgesteld. Ja en? Ik ken je oma niet. Ik ken jou niet. Waarom moet ik hierdoor ontroerd raken? Als mensen je niet kennen kun je niet verwachten dat ze meteen met je meevoelen. Privé is oninteressant. Het persoonlijke, daar gaat het om. En dat persoonlijke moet je herkenbaar maken zonder dat het oppervlakkig wordt.”

Jezelf zijn is het allermoeilijkste wat er is

Foto: Arjan Blok

Hoe ga jij als regisseur te werk? 
“Ik heb 15 man onder m’n hoede en ik werk met ieder mens anders. Soms zeg ik heel direct wat in me opkomt en bij anderen moet ik het aardiger verpakken. Of ik zeg niks maar weet al: dat stuk of dat nummer gaat er uit. Maar dan laat ik ze zelf op dat idee komen. Met de kleinkunstenaars (o.a. Brigitte Kaandorp, Richard Groenendijk, Eva Crutzen en Rayen Panday) waarmee ik werk ben ik zo een jaar bezig voor één show.”

En dan komt er een recensent met een kritische pen langs… 
“Jongens jongens, weten jullie wel hoeveel bloed, zweet en tranen in een show gaan zitten, denk ik dan. Het is echt een enorme klus. Wij leggen elk woordje op een goudschaaltje. En dan komt er zo’n recensent die het in één klap kapot maakt. En ook al willen we het niet, we lezen het toch. Soms schrijven ze heel goed op waarom iets wel of niet werkt. Of waarom iets een gemiste kans is. Dat is prima. En als mensen hun werk verkwanselen of jatten, dan is het goed dat dat gezegd wordt. Maar als iemand veel liefde en aandacht aan een show heeft besteed dan verdient dat wel enig krediet.”

Raoul Heertje gaf ook een masterclass en zei toen: mensen prikken er altijd doorheen als je jezelf niet bent, tenzij je een hele goede acteur bent… 
“Mensen zijn liever een typetje dan dat ze zichzelf zijn op het podium. Jezelf zijn is het allermoeilijkste wat er is. Dan ben jíj het die het zegt. En je wil niet wijsneuzig zijn. Je hebt er ook tussen die absurdistisch willen zijn en dan Hans Teeuwen of Wim Helzen nadoen. Maar dat ben je niet. Je moet altijd van jezelf uitgaan. Anders voelt het publiek dat het niet echt is.”

Bij de masterclass van Raoul Heertje moesten cabaretiers acts af- en aankondigen, daarna kregen ze meteen feedback van Raoul voor een volle zaal. Is dat niet doodeng?
“De cabaretiers bij Raoul zijn al verder in hun carrière en kunnen wel wat hebben. De kleinkunstenaars die ik begeleid staan nog aan het begin van de weg. Ze zijn nog te kwetsbaar voor zo’n openbare masterclass. Ik weet hoe moeilijk het is als je net begint en je doet aan een wedstrijd mee. Een veilige omgeving is soms heel goed om dingen te laten ontstaan. Als er 500 mensen kijken durf je niet altijd iets uit te proberen. Maar dat betekent niet dat ik niet zeg wat ik denk. Het is best pittig voor ze. En dat is pas het begin. Tijdens de Keep an Eye Masterclasses gaan ze vervolgens aan de slag met andere regisseurs. Weer schaven, schrappen, omgooien, toevoegen en perfectioneren.”

Kun je snel zien of iemand talent heeft?
“Ik hoor vaak: jij werkt altijd met mensen die heel goed zijn. Als ik merk: die kan zingen en goed spelen maar is nog ongepolijst dan gaan we ervoor. Ik kan zelfvertrouwen geven en zorgen dat ze zo goed mogelijk uit de verf komen. Als het dan niet lukt, dan weet ik het ook niet.”

De meesten hebben helemaal geen zin voor ze op moeten. Die denken gadverdamme

Foto: Tony Vayne
Foto: Tony Vayne

 Hoe oud was jij toen je op het podium stond en wist: dit ga ik doen? 
“19 jaar. Ik dacht, dit is het! Dit past bij mij! Het voelde meteen goed. Je weet dat je het kan als je het doet.”

Klinkt heel zelfverzekerd.. 
“Dat ben ik ook. En het is ook wel heel handig dat ik de lach aan m’n kont heb hangen. Ik kwam op het toneel met een omweg want ik studeerde Nederlands en ik heb geen toneelschool gedaan. Ook het regisseren ging vanzelf. Op ‘n bepaald moment was ik aan het spelen in Groningen. ‘Kun je regisseren?’ vroeg iemand. ‘Ja, blufte ik.’ Ik had het nog nooit gedaan maar ik wist wel hoe het is om iets tachtig keer te proberen.”

Wat moet je in je hebben om op dat podium te staan? 
“Het helpt als je meerdere dingen kunt. Misschien kan je waanzinnig zingen maar minder goed spelen of andersom. Dan moet je daar aan werken. En als je echt iets te vertellen hebt, moet je dat ook nog over het voetlicht kunnen brengen. Maar je kunt er ook best komen als je één groot talent hebt. Ik kan enorm genieten van iemand die iets heel goed kan.”

Hoe sta je avond aan avond op ’t podium? Ook als je geen zin hebt, moe bent of je niet lekker voelt? 
“De meesten hebben helemaal geen zin voor ze op moeten. Die denken gadverdamme. Moet ik nou echt zo nodig? Want je bent altijd zenuwachtig voor een voorstelling. Soms is het ook gewoon werk. Oh ja, ik moet nu op. Je doet het gewoon. En soms sta je daar en heb je het gevoel dat het echt niet gaat. Maar als het goed is, heb je altijd die basis die gewoon sterk is. En je moet ook leren relativeren. Dan hoor ik iemand zeggen: 'Het ging helemaal niet' en denk ik: 'Doe even normaal'. Je stond even niet goed in het licht en de timing was bij dat ene stuk wat minder. Maar als het de ene keer niet gaat, gaat het de volgende avond wel weer. 

Wat is die aantrekkingskracht van het podium? Moet je in die spotlights willen staan? 
“Ja, het is ook ijdelheid. Anders ga je dat niet doen. De een heeft dat meer dan de ander. Zolang het verborgen blijft is het niet erg.”

De halve finalisten van de Wim Sonneveldprijs, die jij ook hebt begeleid, reizen nu kriskras door het land. Hoe is dat voor ze, zo’n première of try out? 
“De eerste keer dat je opkomt denk je: oh jee, er zitten mensen in de zaal. Maar dat is ook fijn want door de lach van het publiek word je weer opgetild. Veel cabaretiers repeteren trouwens helemaal niet. Dat vinden ze vermoeiend. Ze schrijven de show aan tafel en testen hoe het valt bij het publiek tijdens de try-outs.”

Wat zie jij, als je kijkt naar de jongste generatie kleinkunstenaars? 
“Ik vind het aanbod heel divers, dat is ik leuk. Ieder optreden is steeds weer helemaal anders. Iets anders: Ik zie wel veel oude mensen in de zaal. Ook bij jonge cabaretiers. Een kaartje is te duur voor jonge mensen. Hoewel, datzelfde geld verzuipen ze ook met gemak in de kroeg.”

Hoe zorg je dat er meer jonge mensen naar theater komen? 
“Schat, ik ben niet van de marketing.”

Heb je een tip voor beginnende kleinkunstenaars?
“Weet waar je aan begint. Denk niet dat je er bent als je een half uur op het podium kunt staan. Als je dan anderhalf uur moet ga je onderuit. Ik denk dat je moet willen leren, niet bang moet zijn voor kritiek. Je moet zelfinzicht hebben, kijken naar andere mensen: Wat vind je goed en minder goed? Wat heb je te melden? En hoe doe je dat? En het is ook gewoon je meters maken. De eerste keren dat je een half uur op moet ben je daarna helemaal kapot. Na drie maanden weet je wat je kunt en doe je zo’n show met gemak.”