Ari Versluis over écht kijken: Dat zijn vitaminen voor m’n ogen - interview

Ari Versluis over écht kijken: Dat zijn vitaminen voor m’n ogen - interview

Ari Versluis, juryvoorzitter Keep an Eye Fotovakschool Grant

04-03-2019“Observeren kun je leren” Je kent vast zijn fotoserie Exactitudes. Van mensen die allemaal uniek willen zijn en daarin juist op elkaar lijken. Ari Versluis is fotograaf, docent én juryvoorzitter tijdens de Keep an Eye Fotovakschool Grant.

“Je moet toch iets in die kale box ophangen?”


Volg de Fotovakschool Grant: < TERUG   VERDER >
NAAR ALLE BERICHTEN >


Een interview over kijken, écht kijken. “Studenten die vastzitten zet ik wel eens voor het raam: ‘Ik zie niks.’ zeggen ze dan.”

Soms zie je een foto en dan blijf je kijken, maar waarom weet je niet. Kun jij altijd zien waarom een foto goed is of intrigeert?
“Het is een gevoel. Komt het binnen of niet. Een sterk beeld neerzetten in deze plaatjescultuur, dat is echt vreselijk lastig. Je kan ook iets heel moois laten zien. Het werk van Maryam Yazdani, de winnares van de aanmoedigingsprijs gaat over schoonheid. Die foto’s zien we als jury zo in een galerie hangen. Ik woon in Rotterdam en de torens hier rijzen tot in de lucht. Je moet toch iets in die kale box ophangen. En gekocht wordt er. Op de laatste fotografiebeurs waar ik was regende het rode stippen.”

De jury ging lang in beraad, is het echt zo lastig om er met elkaar uit te komen? Of is dat meer voor de show? 
“Het is nooit gemakkelijk. De juryleden hebben verschillende achtergronden, het werk van de studenten is heel uiteenlopend: fictie, geënsceneerde fotografie, documentaire, half documentaire. Je moet eerst het discours bepalen om het werk te kunnen beoordelen. En dan is er ook de pitch van de studenten en de tentoonstelling op de Fotovakschool. Dat wordt allemaal besproken aan die discussietafel. Er zijn kandidaten waarvan de jury eenduidig kan zeggen: die worden het niet. Maar dan blijven er nog een stuk of vier, vijf over die zeer de moeite waard zijn.”

En wordt het echt lastig…
“We kijken naar hoe overtuigend, authentiek en zinvol het werk is. Wat is de culturele waarde? Past het in de tijdgeest? En vooral: kan iemand er mee verder. Zit er een glorieus vervolg in?”

Marvel Harris won met werk over zijn gevecht met anorexia en transseksualiteit. Je kunt zeker zeggen dat het in tijdsgeest past. Hoe zal zijn werk zich verder ontwikkelen?
“Bij Marvel voel je een bepaalde relevantie ontstaan. Als het werk volwassener wordt kan er een community omheen ontstaan waarin zijn stem belangrijk wordt. Als je het verhaal van Marvel breder trekt gaat het over de persoonlijke strijd om te worden wie je bent. Daar herkennen veel mensen zich in. Marvel heeft bovendien goed voor ogen hoe hij zijn publiek wil bereiken. Zijn keuze om te exposeren in de Melkweg in Amsterdam past daar goed bij.”

“Je werk is nooit voor iedereen”

Waarom is het zo belangrijk te weten wie je publiek is? 
“Je moet heel goed weten welk podium je kiest om te kunnen schitteren. Want je wilt uiteindelijk dat je werk gekocht wordt. Dus is een boek wel interessant? Maak je monumentale foto’s, dan hebben die ook een respectabele plek nodig. The medium is the message.”

Kunnen je foto’s niet voor iedereen zijn?
“Het is voor alle mensen, hoor ik mijn studenten vaak zeggen. Als ik zeg dat dat onmogelijk is kijken me ze me aan van: jíj bent elitair. Maar je maakt je werk nooit voor iedereen. Gebruik de school om daarover te brainstormen.”

Wordt er veel verwacht van deze nieuwe lichting fotografen? 
“Wat gekmakend is in deze tijd zijn de eisen van opdrachtgevers. Een foto moet geschikt zijn voor een galerie, op alle sociale media, op een vrachtauto, in een magazine, liggend, staand, bijgesneden, als bewegend beeld en op een billboard. Aan al die eisen voldoen vraagt heel veel van een fotograaf en het gaat vaak ten koste van de kwaliteit. We moeten terug naar basiswerk dat gewoon heel erg goed is. Een pittige uitdading. Maar als het beeld van hele hoge kwaliteit is, ontstaan al die mogelijkheden vanzelf.”

Wat moet je in je hebben om het als fotograaf te maken? 
“Betrokken zijn bij de mensen en je omgeving. Je kunt geen toevallige voorbijganger zijn, jij bent participant in je eigen fotoproject. Het doet dus ook een beroep op je sociale vermogen. Ga zitten en kijk wat je opvalt. Studenten die vastzitten zet ik wel eens voor het raam. Dan zeggen ze: ‘Ik zie niks’. ‘Zie je die man met die babywagen? Vind je dat niet fantastisch dat die man dat doet? Zou je het zelf doen? Ben je niet nieuwsgierig naar waarom deze man op een doordeweekse dag met een kinderwagen loopt? Zou je dat niet willen vragen?’ En dan hoor je ze mompelen: ‘Hmm ja misschien’”

Hoe lang zitten ze daar voor het raam? 
“Haha. Soms heel lang. Dan ga ik maar vast koffie halen.”

Kijken we niet meer? 
“Ik kom net uit Londen. Daar is het erger dan hier: driekwart van de mensen kijkt naar dat apparaat. Het is bovendien een soort ‘outsourced memory’ geworden. Dan heeft iemand iets gezien of meegemaakt en zegt: moet je hier even kijken. Maar ik ben helemaal niet geïnteresseerd in wat er op je telefoon gebeurt.”

Hoe moet je dan kijken? 
“Aan stagiaires vraag ik wel eens: vertel wat je ziet. ‘Ik zie gewoon een vrouw’ ‘Wat zie je aan die vrouw? Wat voor schoenen heeft ze, Wat voor jas? Wat voor kleur nagellak? Wat voor stoffen? Heeft ze veel tijd besteed aan haar uiterlijk? Wat denk dat ze wil uitstralen? Liefde, vrijheid, schoonheid? En dat is pas de oppervlakte. Dan heb je haar nog niet eens gesproken.”

Dat een fotograaf goed moet kijken begrijp ik, maar wat missen wij als we het niet doen?
“Ik denk een gevoel van cohesie, van hier hoor ik thuis. In een hele kleine cirkel om mijn huis kan ik zo 17 boeken fotograferen. Maar als ik aan een student vraag: wie is je buurvrouw, dan hoor ik: ‘Die ken ik niet.’ ‘Ga je maar eens voorstellen dan, vragen hoe ze heet.’ We zien niet meer hoe het met een ander gaat. Wat iemand anders misschien nodig heeft.”

“Ik heb behoorlijk wat parkeerbonnen gescoord”

Hoe kun je weer dingen gaan zien?
“Door af en toe een adempauze in te lassen. Zorg dat je niet altijd aan het rennen bent.”

Jouw doorlopende fotoserie Exactitudes gaat over observeren. Uit hordes mensen pikken jij en Ellie Uyttenbroek mensen die soms origineel willen zijn, maar daardoor juist op elkaar gaan lijken. De foto’s zijn ogenschijnlijk eenvoudig.
“Als je 12 Turkse vrouwen, gesluierd in een lange jeansjas, wil fotograferen ben je zo 6 maanden verder. Je moet contact leggen, vertrouwen winnen, infiltreren in de gemeenschap, naar de moskee, contracten opstellen, wachten, nog een keer bellen en afspreken, zorgen dat iedereen tevreden is én blijft. Als je zomaar aan iemand vraagt: mag ik een foto maken zegt 90% procent ‘Nee’. Je moet dus vreselijk gemotiveerd zijn om die straat op te gaan. 
Met Exactitudes zijn we nu bijna 25 jaar bezig. Er is altijd weer nieuwe stof want de wereld verandert voortdurend. Alleen al als ik kijk naar mijn stad Rotterdam, die stad is ieder jaar weer helemaal anders door alle kruisbestuivingen tussen culturen.”

Sta jij altijd aan? 
“Ha ja. Ik heb behoorlijk wat parkeerbonnen gescoord. Dan zie ik weer iets en zet ik de auto stil. Nu net nog kwam een megahip gesluierd meisje op een skateboard voorbij. Zo stoer. Dat zijn vitaminen voor m’n ogen. Gewoon op een saaie maandagmorgen. En je weet: als er eentje is zijn er meer. Maar je moet je wel op af. Er zijn zoveel verassingen in het leven, gewoon op straat.”

Kun je het oog trainen? 
“Ja zeker en je hebt een heel leven om het te ontwikkelen. Dat probeer ik studenten mee te geven. Het kunstonderwijs is ook onderwijs in levenslessen. Wellicht maak je die mooie foto pas op je veertigste. Het hoeft niet nu. En als dat ene moment zich dan voordoet heb je wel alle training en ervaring. Carrières hoeven niet altijd een fabuleuze start te hebben. En gezonde twijfel is altijd goed. Dat is iets waar je groter van gaat worden.”

Jij zei zelf: de beste foto maak ik pas op m’n zeventigste… 
“Dat meende ik oprecht. En dat duurt nog even haha. Die honger, die intrinsieke behoefte om dat perfecte beeld vast te leggen. Soms komt tijdens mijn werk alles samen. Dan merk ik: dit is het moment, hier heb ik naartoe geleefd. Dat is een ontroerend moment. Het laat zien dat m’n commitment het uiteindelijk waard is geweest.”

Hoe belangrijk is de Keep an Eye Fotovakschool Grant voor studenten? 
“Heel belangrijk. Niet alleen vanwege de financiële armslag waardoor je ruimte krijgt om te doen wat je wilt doen. Je staat daar voor een jury die, zo gezegd, niet voor de poes is. Het heeft gewicht wat de jury zegt.”

Wat geef je studenten zoal als advies? 
“Mensen vereenzelvigen zich heel erg met het werk dat ze doen. Ook in het onderwijs ligt de nadruk heel erg op de persoon en persoonlijke ontwikkeling. Maar al die zielenroerselen kunnen je ook behoorlijk dwars zitten. Je kan ook op een andere manier naar je werk kijken - als business model. Zie jezelf als een merk, als bedrijf en kijk naar je foto’s als product. Dan gaat de zwaarte ervan af. Dan laat je ook meer kritiek toe en ben je uiteindelijk vrijer in je werk.”